De vrees voor de 'draaideur' tussen uitkeringen
Vraagstellers: Robrecht Bothuyne (CD&V) en Eva Platteau (Groen)
De kern van de bezorgdheid bij zowel CD&V als Groen ligt bij de effectiviteit van de maatregel. Robrecht Bothuyne wijst op de cijfers: van de eerste groep die hun uitkering verloor, is minder dan 20% aan de slag. Hij vreest dat mensen niet van uitkering naar werk gaan, maar van uitkering naar uitkering (het leefloon). Eva Platteau vult aan dat de druk op de OCMW’s onhoudbaar wordt en dat de groep die nu uit de boot valt vaak kampt met een meervoudige problematiek: gezondheidsklachten, taalachterstand en woonproblemen.
De gestelde vragen:
Wat wordt er gedaan om meer mensen duurzaam naar een job te begeleiden in plaats van naar het OCMW?
Welke bijkomende inspanningen komen er voor mensen die wél willen, maar kampen met grote drempels?
Antwoord van minister Demir (N-VA)
Minister Demir verdedigt de hervorming als een noodzakelijke breuk met het verleden. Ze benadrukt dat het systeem van onbeperkte uitkeringen mensen decennialang "gevangen" hield. De minister stelt dat de focus nu ligt op actieve begeleiding en opleiding via VDAB.
Resultaten: Van de groep die meer dan 20 jaar werkloos was, is inmiddels 24% aan de slag. Volgens de minister is dit, gezien de enorme afstand tot de markt, een hoopgevend cijfer.
Begeleiding: Momenteel zit 68% van de betrokkenen in een actief traject (opleiding, coaching of taalverwerving).
Instrumenten: De minister wijst op de hervormde Individuele Beroepsopleiding (IBO), de doelgroepkortingen voor werkgevers en de Jobbonus als cruciale hefbomen om de drempel voor werkgevers te verlagen.
Context: Ze erkent de druk op de bemiddelaars bij VDAB, zeker in het licht van de besparingsopdracht van 80 miljoen euro binnen de organisatie.
De paradox van de 'niet-toeleidbaren'
Tussenkomsten: Tom Ongena (Anders.), Gaby Colebunders (PVDA) en Kurt De Loor (Vooruit)
Vanuit verschillende hoeken klinkt kritiek op de kwaliteit van de uitstroom. Tom Ongena noemt een tewerkstellingsgraad van 24% na zo’n ingrijpende maatregel "schromelijk te weinig". De vrees leeft dat de administratieve focus op activering de werkelijke problematiek van de 'niet-toeleidbaren' maskeert. Kurt De Loor en Gaby Colebunders wijzen op de precaire situatie van mensen met medische of psychosociale problemen die tussen twee stoelen vallen: niet fit genoeg voor de reguliere markt, maar niet "ziek genoeg" voor een ander statuut.
Antwoord van minister Demir
De minister erkent dat er een groep is met een "meervoudige en complexe problematiek" (medisch, psychisch, sociaal). Ze geeft aan dat het verblijf van deze mensen in de werkloosheidsstatistieken hen jarenlang geen perspectief bood.
Samenwerking: Er is een protocol afgesloten met de federale overheid om de begeleiding van langdurig zieken te verbeteren.
Maatwerk: Voor de groep die echt niet toeleidbaar is naar de reguliere markt, moet er overleg komen tussen de verschillende beleidsniveaus (Federaal en Vlaams) om te kijken naar alternatieven binnen de sociale economie of specifieke zorgtrajecten.
Investering als enige weg vooruit
Slotbeschouwing: Robrecht Bothuyne (cd&v) en Eva Platteau (Groen)
In de afronding van het debat benadrukt Robrecht Bothuyne dat activering enkel kan slagen als er tegelijkertijd fors wordt geïnvesteerd in de mens. Hij kijkt uit naar de nieuwe beheersovereenkomst met VDAB en een sterkere rol voor lokale besturen. Eva Platteau besluit dat een uitsluitingsbeleid zonder sluitend jobaanbod of passende ondersteuning enkel leidt tot sociale onzekerheid.
Onze blik als federatie
Dit debat raakt de essentie van het werk van onze werkplekarchitecten. De cijfers tonen aan dat een financiële deadline voor sommigen een laatste zetje is, maar voor een grote groep de start van een onzeker traject langs verschillende loketten.
Als sectorfederatie blijven we hameren op het belang van begeleiding op de werkvloer. Activering stopt niet bij het tekenen van een contract; zeker voor wie jarenlang uit de roulatie was, begint het werk dan pas. Een duurzame arbeidsmarkt vraagt om een structurele investering in werkplekleren en coaching, waarbij we niet alleen kijken naar de individuele tekortkomingen, maar ook naar de aanpasbaarheid van de werkvloer zelf. Enkel zo maken we de ambitie van "uitkering naar inkomen" echt waar voor iedereen.