Doorgaan naar content

Monitoring, sanctionering en de beperking van werkloosheidsuitkeringen - Commissie 12/02/2026

Tijdens de Commissie Werk van 12 februari stonden vier dossiers centraal die rechtstreeks raken aan de werking van VDAB, OCMW’s en hun partners. De bespreking ging over de monitoring van tijdelijke werkervaringstrajecten (TWE-OCMW), de opvolging van transmissiedossiers bij onvoldoende medewerking, de eerste impact van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd en de rol van werkgevers in de activering van langdurig werklozen.

Duurzame tewerkstelling na TWE-OCMW: meten we voldoende?

Kritiek op het gebrek aan zicht op duurzame trajecten

Michiel Awouters (Vlaams Belang) stelde dat uit een schriftelijk antwoord van de minister blijkt dat er geen zicht is op duurzame tewerkstelling na TWE-OCMW. Volgens hem wordt niet gemeten of deelnemers zes of twaalf maanden ononderbroken aan het werk blijven, noch of dit bij dezelfde werkgever is. Daardoor zou een evidencebased evaluatie ontbreken.

Hij vroeg of er effectief geen systematische opvolging is, of dat wenselijk is, en of samen met VDAB en OCMW’s een opvolgsysteem met vaste meetmomenten kan worden uitgewerkt. Ook vroeg hij hoe bestaande data worden gebruikt om goed en minder goed werkende maatregelen te onderscheiden.

Reactie van de minister

Minister Zuhal Demir sprak van een semantisch misverstand. Volgens haar bestaat er wél systematische monitoring. VDAB meet uitstroom naar werk één dag na afloop van het traject en vervolgens na één, drie, zes, negen en twaalf maanden. Wie op al deze momenten aan het werk is, geldt als “duurzaam aan het werk”.

Daarnaast beschikt VDAB over cijfers over het aantal contractdagen in de twaalf maanden na afloop (gemiddeld 154 dagen voor trajecten die in november 2025 al twaalf maanden waren afgesloten).

Voor de resultaatsvergoedingen worden twee indicatoren gehanteerd:

  • 30% uitstroom naar werk één dag na afloop (2025),

  • 39% uitstroom drie maanden na afloop (2025).

Volgens de minister beantwoorden deze cijfers aan de vraag naar duurzame uitstroom, al erkent zij dat verbetering mogelijk is. Verdere verfijning (bv. ononderbroken tewerkstelling bij dezelfde werkgever) vergt IT- en regelgevende aanpassingen. Door de gedeelde bevoegdheden tussen VDAB, OCMW’s en lokale besturen noemt zij het systeem onvoldoende coherent en pleit ze voor een fundamentele discussie over rolverdeling. Pogingen tot samenwerkingsovereenkomsten verlopen moeizaam.

Replieken en bijkomende invalshoeken

Awouters stelde dat vaste meetmomenten nog geen zicht geven op wat er tussenin gebeurt. Volgens hem is duidelijke bevoegdheidsafbakening noodzakelijk om te bepalen voor welke doelgroepen trajecten werken. Hij wees erop dat OCMW’s bijkomende taken krijgen zonder voldoende middelen.

Ine Tombeur (N-VA) bracht in dat 31% van de deelnemers tussen 2022 en 2025 na TWE niet aan het werk ging maar meteen een werkloosheidsuitkering aanvroeg. Ze vroeg om dit expliciet mee te nemen in de evaluatie.

Nawal Maghroud (Vooruit) wees erop dat VDAB niet systematisch bijhoudt naar welke sectoren deelnemers uitstromen, terwijl die informatie beleidsmatig relevant kan zijn.

In haar slotreactie stelde de minister dat bijkomende monitoring mogelijk is, maar enkel met extra middelen, in een context waarin VDAB 80 miljoen euro moet besparen.

Transmissiedossiers: gebrek aan terugkoppeling

Tom Ongena (Anders) bracht het dossier van de transmissies aan bod. Tussen 2023 en 2025 stelde VDAB 4.808 transmissiedossiers op over leefloners die onvoldoende meewerken aan hun activering of werk weigeren.

Deze dossiers worden doorgestuurd naar de VDAB-controledienst, die zich meestal onbevoegd verklaart. Vervolgens worden ze ter beschikking gesteld van de bevoegde OCMW’s. Volgens Ongena heeft VDAB echter geen zicht op wat er daarna gebeurt: er is geen structurele informatie over opvraging, opvolging of eventuele sancties.

Hij noemde dit een structurele blinde vlek in het activeringsbeleid, terwijl leefloners verplicht zijn zich bij VDAB in te schrijven. Hij vroeg hoe VDAB zijn regierol kan waarmaken zonder feedback en welke structurele datakoppeling wordt voorzien.

Reactie van de minister

De minister erkende de problematiek en benadrukte dat rechten ook plichten impliceren. Sancties voor leefloners zijn echter federaal geregeld en vallen buiten haar bevoegdheid.

VDAB zal transmissiedossiers voortaan sneller en consequenter overmaken. Tegelijk bevestigde ze dat er vandaag geen structurele datadoorstroming bestaat.

Er wordt gewerkt aan een samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse en federale niveau rond de activering van leefloongerechtigden. Daarin worden de rollen afgebakend:

  • VDAB focust op het overmaken van transmissies;

  • OCMW’s op controlegesprekken en eventuele sancties.

De tekst moet tegen eind maart klaar zijn, waarna een decreet volgt. Dat moet een juridische basis vormen voor GDPR-conforme gegevensuitwisseling. De minister benadrukte dat er aanzienlijke juridische obstakels zijn, onder meer rond beroepsgeheim en gegevensdeling. Voor haar is één punt cruciaal: bij elk transmissiedossier moet VDAB effectieve feedback krijgen. Ze uit sterke frustratie over de complexiteit en traagheid van het dossier.

Repliek en slot

Ongena erkende de complexiteit maar benadrukte de urgentie, zeker met de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Hij pleitte voor automatische gegevensuitwisseling in beide richtingen.

De minister gaf aan dat eerdere beloften in dit dossier niet zijn waargemaakt en dat zij het opnieuw heeft moeten opstarten. Volgens haar gaat het uiteindelijk om een eenvoudige vraag: weten wat er met dossiers gebeurt nadat VDAB ze heeft overgemaakt.

Ongena sloot af met de oproep het dossier niet los te laten, omdat zonder gegevensuitwisseling mensen door de mazen van het net dreigen te glippen.

Beperking van de werkloosheidsuitkering: eerste effecten

Parlementslid Tom Ongena (Anders.) vroeg een eerste stand van zaken over de maatregel.

Hij schetste de cijfers voor de eerste golf. Op 31 januari 2026 dreigden 3.419 ingeschreven niet-werkende werkzoekenden hun uitkering te verliezen. Volgens de aangehaalde gegevens:

  • Ongeveer 50% betreft jongeren met een inschakelingsuitkering

  • 33% is 55-plus

  • 53% is kortgeschoold

  • 51% heeft een arbeidsbeperking

Voor de periode maart–juni 2026 wordt een volgende golf verwacht die kan oplopen tot ongeveer 40.000 personen.

Daarnaast verwees Ongena naar signalen uit de praktijk over een aanzienlijke doorstroom naar het leefloon. In Vlaanderen zou in de eerste golf 36% richting OCMW zijn gegaan, in sommige steden tot 40%. Een steekproef bij honderd Vlaamse OCMW’s zou aantonen dat 90% van de aanvragers effectief een leefloon toegekend krijgt.

Hij stelde vragen over:

  • de opvolging van deze evoluties binnen het Vlaamse arbeidsmarktbeleid

  • de rol en impact voor VDAB

  • het bestaan van een taskforce of monitoringstructuur

  • de doelstellingen inzake activering en uitstroom naar werk

  • de nood aan bijkomende ondersteuning voor lokale besturen

Antwoord van de minister

Minister Zuhal Demir gaf aan dat van de 3.561 werkzoekenden die tussen 1 januari en 28 februari 2026 hun uitkering verliezen, 738 personen zijn uitgestroomd naar werk. Dat komt neer op ongeveer 22%.

Volgens de minister lag de prioriteit bij het vooraf contacteren van alle betrokken werkzoekenden. Zij kregen een gesprek met VDAB en een ultiem aanbod in het kader van het Actieplan Vlaanderen Werkt!.

Wat de interne organisatie betreft, werd een afdelingoverschrijdende taskforce opgericht. De opvolging gebeurt via een dashboard en maandelijkse rapportering aan de raad van bestuur van VDAB.

Over de impact op OCMW’s stelde de minister dat recente steekproeven van de VVSG erop wijzen dat een echte stormloop voorlopig uitblijft. Ze benadrukte dat OCMW’s hun rol moeten opnemen via de middelentoets en het GPMI, en dat zij dienen op te treden wanneer VDAB vaststelt dat een leefloongerechtigde niet meewerkt aan activering.

De minister gaf aan dat het nog te vroeg is voor definitieve conclusies en dat de situatie verder gemonitord wordt. De meest recente cijfers worden op korte termijn verwacht.

Replieken: focus op effectiviteit en rapportering

In repliek erkende Ongena de gerapporteerde uitstroom van 22%, maar wees hij erop dat deze vooral betrekking zou hebben op jongeren. Bij langdurig werkzoekenden zou de uitstroom lager liggen.

Hij benadrukte dat het succes van de hervorming moet worden beoordeeld op basis van effectieve tewerkstelling, en niet op basis van verschuivingen naar andere statuten zoals leefloon of ziekte-uitkering. Hij pleitte voor een structurele rapportering aan het Vlaams Parlement, vergelijkbaar met eerdere crisisperiodes.

Robrecht Bothuyne (cd&v) onderstreepte de inspanning van VDAB om betrokkenen te contacteren en een ultiem jobaanbod te doen. Tegelijk stelde hij vast dat 78% van de betrokkenen nog niet is uitgestroomd naar werk. Hij vroeg hoe VDAB ook na het verlies van de uitkering de activeringsopdracht verder opneemt en hoe de opvolging van het ultieme jobaanbod wordt georganiseerd.

Slotreactie

In haar slotreactie herhaalde de minister dat zij bereid is om te rapporteren aan het parlement. Ze nuanceerde het cijfer van 22% door te verwijzen naar arbeidsmarktexpert Ive Marx, die 25% uitstroom als relevant beschouwt voor een doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Ze wees daarnaast op de bredere economische context: in januari 2026 werden 22.709 vacatures rechtstreeks aan VDAB gemeld, 15% minder dan een jaar eerder. Dat wijst op een moeilijkere conjunctuur.

Tot slot verwees de minister naar instrumenten die de uitstroom moeten ondersteunen, waaronder:

  • de hervorming van de IBO

  • het behoud van de doelgroepkorting

  • de verdere uitvoering van het Actieplan Vlaanderen Werkt!

Werkgevers als cruciale schakel

Parlementslid Katrien Houtmeyers (N-VA) benadrukte dat in het debat over de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd de focus vaak ligt op werkzoekenden en activeringspartners zoals VDAB en OCMW’s. Volgens haar verdienen ook werkgevers meer aandacht.

Ze verwees naar goede praktijken bij kmo’s die gebruikmaken van instrumenten zoals:

  • IBO (Individuele Beroepsopleiding)

  • Werkervaringsstage

  • Artikel 60

Via deze instrumenten krijgen langdurig werklozen kansen, terwijl werkgevers het risico van een aanwerving kunnen beperken. Uit getuigenissen blijkt volgens Houtmeyers dat werkgevers gemotiveerde en loyale werknemers vinden, en dat werk voor langdurig werklozen opnieuw structuur, zelfvertrouwen en sociale contacten kan betekenen.

Ze vroeg:

  • Hoe VDAB deze instrumenten promoot bij werkgevers

  • Hoe werkgevers concreet ondersteund worden

  • Hoe goede praktijken zichtbaarder kunnen worden gemaakt om andere ondernemingen te stimuleren

Antwoord van de minister

Minister Zuhal Demir onderschreef het belang van werkgevers in het activeringsverhaal.

Ze gaf aan dat Vlaanderen en VDAB zorgen voor een goede basis bij langdurig werklozen, onder meer via opleidingen, volwassenonderwijs en aandacht voor kennis van het Nederlands. Volgens haar beschikt VDAB over twee kerninstrumenten richting werkgevers:

  • IBO

  • Doelgroepvermindering

Deze instrumenten zullen actief worden gepromoot.

De minister stelde dat, zodra werkzoekenden voldoende zijn voorbereid en opgeleid, de verantwoordelijkheid bij de werkgevers ligt om hen effectief aan te werven. Ze gaf aan dat ze deze evoluties nauwgezet zal monitoren.

Replieken

In repliek benadrukte Houtmeyers opnieuw de cruciale rol van werkgevers en kmo’s. Opleiding van werkzoekenden is volgens haar noodzakelijk, maar niet voldoende. Ook communicatie over positieve voorbeelden blijft essentieel. Zonder engagement van werkgevers blijft activering moeilijk, ondanks de inzet van VDAB en de werkzoekenden zelf.

Gaby Colebunders (PVDA) erkende de verantwoordelijkheid van werkgevers, maar wees op de onzekerheid en terughoudendheid bij werkgevers om langdurig werklozen of langdurig zieken aan te werven. Hij pleitte voor een gerichte campagne die duidelijk maakt dat begeleiding voorzien is en dat deze werknemers een eerlijke kans verdienen. Daarnaast stelde hij de vraag welke hefbomen of drukmiddelen de overheid heeft om werkgevers effectief te laten aanwerven.

Tom Lamont (Vlaams Belang) verwees naar een praktijkvoorbeeld van een onderneming die succesvol inzet op langdurig werklozen. Tegelijk gaf hij signalen dat opvolging, mentorschap en opleiding na stages soms tekortschieten. Hij wees erop dat sinds 1 januari geen VDAB-jobcoaching meer kan worden aangevraagd en vroeg of er alternatieve ondersteuningssystemen voorzien worden voor werkgevers.

Slotreactie: campagnes en versterkte focus op kwetsbare doelgroepen

In haar slotreactie bevestigde de minister dat campagnes richting werkgevers zullen worden opgezet. Tegelijk erkende zij dat langdurig werklozen en langdurig zieken vaak een complexe achtergrond hebben.

Volgens haar zet VDAB in op:

  • Opleidingen en competentieversterking

  • Attitude en arbeidsrijpheid

  • Leren solliciteren

  • Het opbouwen van werkritme en structuur

Ze verwees naar een uitstroom van bijna 40% bij langdurig zieken, die ze toeschrijft aan een sterke focus van VDAB op arbeidspotentieel en heroriëntering.

In de nieuwe beheersovereenkomst met VDAB wordt expliciet gekozen voor een versterkte inzet op moeilijkere en kwetsbare doelgroepen, met intensievere en meer op maat gemaakte begeleiding. Vlaanderen moet volgens de minister het beleid aanpassen aan de gewijzigde context.

Houtmeyers sloot af met een oproep om positieve verhalen van werkgevers en werknemers sterker te communiceren. Blijvende ondersteuning van bedrijven blijft volgens haar noodzakelijk om duurzame tewerkstelling voor langdurig werklozen te realiseren.