Terug-naar-werktrajecten voor langdurig zieken
Vraagsteller: Eva Platteau (Groen)
Vraag om uitleg van Eva Platteau over terug-naar-werktrajecten voor langdurig zieken
Eva Platteau (Groen) opende haar vraag met een vaststelling die moeilijk te negeren valt: het aantal langdurig zieken in Vlaanderen blijft stijgen en bedraagt intussen ongeveer 245.000 mensen. Een groot deel van hen wil opnieuw aan het werk, maar botst in de praktijk op structurele drempels.
Ze verwees naar onderzoek van Kom op tegen Kanker en het Vlaams Patiëntenplatform. Daaruit blijkt dat een ruime meerderheid van de langdurig zieken opnieuw actief wil zijn op de arbeidsmarkt. Slechts ongeveer 12 procent geeft aan helemaal niet meer te willen werken. Toch ervaren veel mensen reële moeilijkheden bij hun terugkeer. Zo rapporteert een grote meerderheid van mensen die kanker hebben gehad negatieve ervaringen tijdens sollicitaties. Deeltijdse werkhervatting of aangepast werk blijkt bovendien vaak moeilijk realiseerbaar.
Platteau pleitte voor een beleid dat niet enkel focust op verplichtingen en sancties, maar ook op het wegnemen van structurele drempels. Werkgevers moeten beter ondersteund worden om aangepast werk mogelijk te maken, en langdurig zieken hebben nood aan begeleiding die rekening houdt met hun gezondheidssituatie. Concreet vroeg ze hoe de Vlaamse regering de aanbevelingen uit het onderzoek beoordeelt, hoe men discriminatie op de arbeidsmarkt wil tegengaan en hoe men werkgevers kan stimuleren om een structureel welzijns- en re-integratiebeleid te voeren.
Antwoord van minister Zuhal Demir
Minister Demir schetste eerst het bevoegdheidslandschap: de federale overheid beslist over arbeidsongeschiktheid, uitkeringen en mogelijke sancties, terwijl Vlaanderen vooral bevoegd is voor de begeleiding naar werk via VDAB.
Ze verwees naar het protocolakkoord tussen VDAB en het RIZIV, dat ervoor moet zorgen dat langdurig zieken met arbeidspotentieel sneller in contact komen met VDAB. Wie zich niet inschrijft of het eerste gesprek niet volgt, kan een deel van zijn uitkering verliezen. De minister erkende echter dat het systeem na dat eerste contactmoment vandaag nog onvoldoende afdwingbaar is, wat begeleidingstrajecten soms bemoeilijkt.
Momenteel stroomt ongeveer 39 procent van de deelnemers na twee jaar door naar werk. De minister erkende dat dit beter kan, maar wees erop dat het tegelijk het hoogste percentage is dat tot nu toe werd bereikt. Herval in ziekte, een gewijzigde gezondheidstoestand of lopende trajecten verklaren een deel van de beperkte uitstroom.
Voor de begeleiding werkt VDAB samen met gespecialiseerde partners zoals GTB, Emino en Groep INTRO — organisaties met specifieke expertise rond arbeidsbeperkingen en re-integratie. Centraal in die aanpak staat werkplekgerichte begeleiding: via stages, werkplekleren of tijdelijke werkervaring kunnen deelnemers stap voor stap terugkeren naar arbeid. Die werkplekgerichte aanpak (WPA) laat toe om de mogelijkheden van de persoon te toetsen in een concrete werksituatie, en samen met werkgevers te zoeken naar haalbare jobinhouden en eventuele aanpassingen.
Een traject kan daarnaast ook oriëntering, opleiding, jobcoaching of begeleiding bij gedeeltelijke werkhervatting omvatten — steeds op maat van de persoon.
Tot slot besprak de minister de financiering. VDAB ontvangt momenteel ongeveer 4.800 euro per traject van het RIZIV, terwijl de werkelijke kost rond 5.300 euro ligt. Er lopen gesprekken met het RIZIV om tot een betere financiering te komen.
Organisatie van de terug-naar-werktrajecten
Vraagsteller: Nawal Maghroud (Vooruit)
Nawal Maghroud (Vooruit) erkende de positieve evolutie: in 2025 werden ongeveer 14.500 trajecten opgestart. Tegelijk stelde ze vast dat de uitstroom naar werk relatief beperkt blijft, en dat ongeveer een derde van de ingeschreven langdurig zieken geen traject opstart. Dat roept volgens haar vragen op over de toegankelijkheid en de organisatie van de begeleiding.
Ze benadrukte dat langdurig zieken vaak te maken hebben met complexe medische, sociale en psychologische problemen, en vroeg hoe wordt gegarandeerd dat de begeleiding voldoende gespecialiseerd en afgestemd is op deze doelgroep. Daarnaast vroeg ze naar de rol van externe partners in het begeleidingsaanbod en naar de redenen waarom bepaalde mensen geen traject opstarten. Ook wil ze weten hoe snel een traject effectief wordt opgestart nadat iemand zich bij VDAB heeft ingeschreven.
Antwoord van minister Zuhal Demir
Minister Demir antwoordde dat de begeleiding van langdurig zieken gebeurt via een combinatie van VDAB-diensten en gespecialiseerde partners. De keuze voor een bepaald traject hangt af van de noden en mogelijkheden van de persoon.
Ze legde uit dat niet elke ingeschreven langdurig zieke meteen een traject opstart. Daarvoor zijn verschillende verklaringen: een recente inschrijving zonder intakegesprek, het ontbreken van toestemming van het ziekenfonds, capaciteitsproblemen bij VDAB of het niet opdagen op afspraken. Om die knelpunten aan te pakken wil VDAB extra bemiddelaars inzetten en de doorlooptijden verkorten.
De minister benadrukte opnieuw het belang van gespecialiseerde partners. Organisaties met ervaring in de begeleiding van personen met een arbeidsbeperking of gezondheidsproblemen worden ingeschakeld wanneer een traject meer intensieve of gespecialiseerde ondersteuning vereist. Werkplekleren en werkplekgerichte begeleiding blijven daarbij een belangrijk instrument: via stages en andere vormen van werkplekervaring kunnen langdurig zieken hun mogelijkheden opnieuw aftoetsen en geleidelijk terugkeren naar arbeid. Werkgevers spelen een actieve rol door samen met begeleiders te zoeken naar haalbare werkopdrachten en aanpassingen op de werkvloer.
Ze wees ook op het potentieel van de sociale economie. Momenteel stroomt slechts ongeveer drie procent van de langdurig zieken door naar de sociale economie — een aandeel dat volgens haar omhoog kan. Ze wil hierover overleg voeren met minister Crevits.
Tot slot bevestigde ze de doelstelling om elk traject binnen zes weken op te starten na inschrijving. De gemiddelde wachttijd bedraagt momenteel nog ongeveer acht weken — een kloof die verdere opvolging vraagt.
Reflectie vanuit de praktijk
De bespreking in de commissie onderstreept hoe complex de re-integratie van langdurig zieken is. Achter de cijfers gaan vaak lange hersteltrajecten, onzekerheid over gezondheid en structurele drempels op de arbeidsmarkt schuil.
Voor werkplekarchitecten is duidelijk dat duurzame werkhervatting zelden een lineair proces is. Het vraagt maatwerk, tijd en samenwerking tussen verschillende partners. Werkplekgerichte trajecten kunnen daarbij een belangrijke rol spelen, omdat ze mensen opnieuw laten ervaren wat werken betekent in een veilige en begeleide context.