Structurele ongelijkheden blijven hardnekkig
Eva Platteau (Groen) vertrok van het recente WEWIS-trendrapport, dat een gemengd beeld schetst. Hoewel sommige indicatoren licht verbeteren, blijven structurele ongelijkheden bestaan. Ze wees onder meer op:
de stijgende jeugdwerkloosheid, vooral bij kortgeschoolde jongeren;
de lage werkzaamheidsgraad van personen met een arbeidshandicap;
de bijzonder kwetsbare positie van vrouwen met een migratieachtergrond.
Volgens Platteau focust het huidige beleid sterk op individuele verantwoordelijkheid, met verplichte inschrijving bij VDAB en een toenemend gebruik van sanctionering. Tegelijk blijven structurele drempels – zoals kinderopvang, mobiliteit, taal en gezondheid – onvoldoende weggewerkt. Ze vroeg hoe de regering individueel maatwerk bij werkgevers wil versterken, hoe de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verbeterd wordt en hoe NEET-jongeren aanklampend begeleid zullen worden. Daarnaast kaartte ze de mogelijke impact van flexi-jobs op kwetsbare groepen aan.
Regering zet in op aanklampende begeleiding en maatwerk
Minister Zuhal Demir benadrukte dat inschrijving bij VDAB geen automatische tewerkstelling garandeert, maar dat actieve medewerking aan trajecten noodzakelijk is. Ze onderschreef het belang van aanklampende begeleiding en maatwerk, in het bijzonder voor langdurig zieken en andere niet-beroepsactieven.
De minister erkende expliciet dat drempels zoals zorg, gezondheid, mobiliteit, kinderopvang en taal reëel zijn. Ze verwees naar de recent goedgekeurde conceptnota Drempels naar Werk, waarvoor momenteel een interdepartementaal actieplan in voorbereiding is. Werkgevers dragen volgens haar mee verantwoordelijkheid via instrumenten zoals sectorconvenants, IBO en IBO+, en individueel maatwerk.
Voor personen met een arbeidshandicap wordt samengewerkt met DG HAN om onzekerheid over inkomensverlies bij werkhervatting te verminderen. Voor jongeren ligt de beleidsfocus op kwalificatie en aansluiting onderwijs–arbeidsmarkt, onder meer via duaal leren, praktijkgericht onderwijs en Talentcenters. Voor vrouwen met een migratieachtergrond wordt ingezet op ESF-projecten en lokale partnerschappen.
Wat flexi-jobs betreft, stelde de minister dat er momenteel geen sluitend bewijs is van verdringing van kwetsbare groepen. Ze benadrukte dat het om een federaal en vrijwillig statuut gaat, maar gaf aan bereid te zijn studies hierover te bekijken.
Debat over verantwoordelijkheid en begeleiding
In de replieken kwamen verschillende accenten naar voren. Eva Platteau waarschuwde dat de aanpak van drempels te traag verloopt en wees op de hoge werkdruk bij VDAB-medewerkers, wat kwaliteitsvolle begeleiding onder druk zet. Ze benadrukte het belang van OKOT-trajecten en tweedekansonderwijs voor jongeren zonder diploma en stelde vragen bij het evenwicht tussen verplichtingen voor werkzoekenden en het ontbreken van afdwingbare engagementen voor werkgevers. Ze verwees daarbij naar RSZ-cijfers waaruit zou blijken dat jobgroei vooral wordt ingevuld door flexi-jobbers en studenten.
Ine Tombeur (N-VA) legde de nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van werkzoekenden. Ze verdedigde de inzet van VDAB-bemiddelaars en benadrukte dat het aanbod aan begeleiding en opleiding uitgebreid is. Tegelijk onderstreepte ze het belang van maatwerk, gezien de heterogeniteit van de doelgroep, en vroeg ze naar de stand van zaken rond route C voor langdurig zieken.
Nawal Maghroud (Vooruit) pleitte voor een evenwichtige benadering waarin verantwoordelijkheid en intensieve begeleiding samengaan. Volgens haar mogen kwetsbare groepen niet worden losgelaten, omdat dit op langere termijn leidt tot maatschappelijke problemen zoals armoede en sociale uitsluiting.
Ilse Malfroot (Vlaams Belang) wees erop dat de problematiek van kortgeschoolde jongeren al langer bekend is en dat de economische context de aanwervingsruimte bij werkgevers beperkt. Ze pleitte voor een gerichte toeleiding van jongeren naar knelpuntopleidingen en voor een duidelijke focus op eigen verantwoordelijkheid.
Route C en langdurig zieken
In haar antwoordronde kondigde minister Demir aan dat ze wil onderhandelen om route C – de rechtstreekse instroom van langdurig zieken bij VDAB – te vervroegen van twaalf maanden arbeidsongeschiktheid naar nul maanden. Daarnaast bevestigde ze dat de interdepartementale werkgroepen rond drempels in februari van start gaan en dat kwetsbare groepen expliciet worden meegenomen in de nieuwe VDAB-beheersovereenkomst.
Toekomst van het Gespecialiseerd Team Bemiddeling (GTB)
Een tweede vraag om uitleg, ingediend door Ilse Malfroot, focuste op de toekomst van GTB. Zij schetste de rol van GTB in de begeleiding van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en wees op de opgebouwde expertise en het brede bereik vóór de recente besparingen. Ze uitte bezorgdheid dat, door de beperking van de werkloosheid in de tijd, steeds complexere profielen bij OCMW’s terechtkomen, die niet altijd over dezelfde gespecialiseerde expertise beschikken.
Minister Demir bevestigde dat GTB goed werk levert en dat de samenwerking in elk geval doorloopt tot 2027. Voor de periode daarna wordt gewerkt aan een hertekening van de samenwerking, gebaseerd op vier principes:
de noden van werkzoekenden centraal stellen;
meer flexibiliteit in de werking;
een zorgvuldige bepaling van volumes;
rekening houden met het Rekenhofrapport over uitbesteding.
Volgens de minister komt er geen abrupte stop en blijft de expertise behouden. Ze verwees naar samenwerking met OCMW’s en CAW’s, met aandacht voor warme overdracht. Tegelijk verwacht ze dat GTB voorstellen uitwerkt voor een meer resultaatsgerichte en activerende dienstverlening, met focus op uitstroom, transparantie en kwaliteit.
Malfroot gaf aan dat er op het terrein veel onrust leeft en dat de antwoorden onvoldoende garanties bieden. Ze waarschuwde dat het verlies van gespecialiseerde, outreachende begeleiding kan leiden tot meer uitval, hogere druk op OCMW’s en hogere maatschappelijke kosten.