Doorgaan naar content

Kwetsbare doelgroepen en arbeidsmarktbeleid: cijfers in context - Commissie 04/03/2026

Tijdens de recente vergadering van de Commissie Werk stonden drie dossiers centraal die rechtstreeks raken aan de kern van een inclusieve arbeidsmarkt: de gespecialiseerde activeringstrajecten voor mensen met een grote afstand tot werk, de invoering van praktijktesten tegen discriminatie en de impact van federale hervormingen op de begeleiding door VDAB.

1. Activeringstrajecten bij GTB: tussen werk en welzijn

Vraagsteller: Eva Platteau

Eva Platteau bevroeg de resultaten van de gespecialiseerde activeringstrajecten bij Gespecialiseerde Trajectbepaling en -Begeleiding (GTB), gericht op personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, vaak mensen met een arbeidsbeperking of handicap.

Ze verwees naar cijfers sinds 2021 waaruit blijkt dat er meer dan 5.200 eindadviezen zijn geformuleerd. Opvallend is volgens haar dat in 48 procent van de gevallen het eindadvies niet “werk” is, maar “welzijn”, wat betekent dat mensen als niet-toeleidbaar naar werk worden beschouwd. In 2025 zou zelfs voor het eerst vaker het advies “welzijn” dan “werk” zijn gegeven.

Daarnaast wees ze op de lange duurtijd van deze trajecten, gemiddeld veertien tot zestien maanden. Zelfs wanneer deelnemers het advies “werk” krijgen, blijft de onmiddellijke uitstroom beperkt: ongeveer 14 procent vindt meteen werk na het traject, 17 procent binnen drie maanden.

Platteau vreest dat de federale hervorming waarbij werkloosheidsuitkeringen in de tijd worden beperkt, problematisch kan worden voor mensen die dergelijke lange trajecten doorlopen. Ze vroeg hoe de Vlaamse regering hiermee omgaat en of het beleid voldoende rekening houdt met mensen die moeilijk inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt.

Antwoord van minister Zuhal Demir

Minister Demir erkende dat het om een doelgroep gaat met een bijzonder grote afstand tot de arbeidsmarkt en dat de cijfers genuanceerd moeten worden geïnterpreteerd.

Volgens haar tonen de trajecten net aan dat er een grondige evaluatie gebeurt van de mogelijkheden van mensen. Het advies “welzijn” betekent niet dat men mensen opgeeft, maar dat men erkent dat onmiddellijke toeleiding naar werk niet realistisch is en dat andere vormen van ondersteuning meer aangewezen zijn.

Ze benadrukte dat het beleid blijft inzetten op activering, maar steeds op maat. Tegelijk verwees ze naar het bredere arbeidsmarktbeleid van de Vlaamse regering, waarin meer mensen – ook met een grotere afstand – naar werk moeten worden geleid. Samenwerking met partners zoals GTB blijft daarbij volgens haar essentieel om haalbare stappen per persoon te bepalen.

In de verdere bespreking gaven commissieleden aan dat de problematiek breder is dan louter activering. Sommigen wezen op het tekort aan aangepaste jobs of werkplekken. Anderen stelden dat het onderscheid tussen “werk” en “welzijn” soms te scherp wordt gemaakt en dat tussenvormen van participatie belangrijk blijven.

2. Invoering van praktijktesten tegen discriminatie

Vraagstellers: Eva Platteau en Tom Lamont

Eva Platteau opende het debat met een verwijzing naar een mediaverhaal over een 55-jarige werkzoekende die ondanks tientallen sollicitaties nauwelijks wordt uitgenodigd voor gesprekken. Ze koppelde dit aan leeftijdsdiscriminatie, die volgens eerdere uitspraken van minister Demir een van de meest voorkomende vormen van discriminatie is.

Platteau vroeg verduidelijking over:

  • hoe de praktijktesten concreet zullen worden georganiseerd;

  • op welke manier sectoren getest zullen worden;

  • hoe discriminatie zal worden vastgesteld;

  • en welke gevolgen er zullen zijn voor sectoren of bedrijven waar discriminatie wordt vastgesteld.

Tom Lamont vroeg bijkomende toelichting over de praktische implementatie:

  • welke methodologie zal worden gebruikt;

  • hoe representatief de tests zullen zijn;

  • hoe men zal vermijden dat individuele ondernemingen onterecht worden geviseerd;

  • en hoe de resultaten zullen worden vertaald naar beleid.

Antwoord van minister Zuhal Demir

Minister Demir bevestigde dat de Vlaamse regering praktijktesten zal invoeren zoals voorzien in het regeerakkoord.

Ze benadrukte dat het niet de bedoeling is om een “heksenjacht” op individuele bedrijven te organiseren. De focus ligt op sectorniveau: via praktijktesten wil men nagaan in welke sectoren discriminatie systematisch voorkomt.

Wanneer sectoren slecht scoren, zullen zij daarop worden aangesproken en verwacht de regering dat zij zelf maatregelen nemen. Indien sectoren onvoldoende initiatief nemen, kunnen ook sancties volgen.

Volgens de minister is het systeem in de eerste plaats preventief en corrigerend: sectoren moeten gestimuleerd worden om hun rekruteringspraktijken aan te passen en discriminatie actief tegen te gaan.

In de bespreking werd benadrukt dat praktijktesten een gevoelig instrument zijn. Sommige commissieleden steunen het initiatief omdat het discriminatie zichtbaarder kan maken. Anderen vroegen aandacht voor de juridische onderbouw en een zorgvuldige interpretatie van de resultaten. Praktijktesten werden geplaatst als één onderdeel van een breder antidiscriminatiebeleid.

3. Impact van federale hervormingen op de begeleiding door VDAB

Vraagstellers: Tom Ongena en Nawal Maghroud

Tom Ongena bracht de gevolgen ter sprake van federale hervormingen voor de werking van VDAB, in het bijzonder voor de begeleiding van schoolverlaters.

Door de hervorming wordt de wachttijd voor een inschakelingsuitkering verkort van twaalf naar zes maanden. Jongeren moeten daardoor sneller begeleid en geëvalueerd worden. Het aantal jongeren dat door VDAB wordt opgevolgd, stijgt van ongeveer 27.000 per jaar naar naar schatting 38.000.

Ongena vroeg of VDAB deze verhoogde werkdruk aankan en of er een risico bestaat dat de begeleiding minder intensief wordt.

Nawal Maghroud vroeg naar de bredere impact op de capaciteit van VDAB:

  • zijn er voldoende middelen en personeel;

  • hoe wordt gegarandeerd dat kwetsbare jongeren niet uit de boot vallen;

  • en hoe wordt de combinatie van federale hervormingen en Vlaamse activeringsdoelstellingen beheersbaar gehouden?

Antwoord van minister Zuhal Demir

Minister Demir erkende dat de federale hervorming gevolgen heeft voor VDAB, maar stelde dat de dienst zich daarop heeft voorbereid. Processen werden aangepast zodat jongeren sneller worden opgevolgd en begeleid.

Ze benadrukte dat snellere activering ook voordelen kan hebben, omdat jongeren sneller richting werk worden gestuurd. Vlaanderen blijft inzetten op sterke begeleiding, vooral voor jongeren met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. VDAB speelt daarin een centrale rol, onder meer in het detecteren van problemen en het toeleiden naar opleiding of werk.

In de verdere bespreking werd onderstreept dat de combinatie van federale hervormingen en Vlaamse doelstellingen een aanzienlijke druk kan leggen op uitvoeringsdiensten. Tegelijk werd het belang benadrukt van effectieve begeleiding om langdurige werkloosheid bij jongeren te voorkomen.