De belangrijkste vragen op de agenda
In de commissie werden vier kernvragen besproken:
Wat is het standpunt van de minister over het idee om lokale besturen te laten betalen voor de activering van leefloongerechtigden?
Is het aanvaardbaar dat VDAB dergelijke kosten zou doorrekenen?
Zou dit een bijkomende financiële druk betekenen voor gemeenten en OCMW’s?
Is er overleg met de minister van Werk om te vermijden dat VDAB-besparingen worden afgewenteld op lokale budgetten?
Deze vragen raken aan een bredere bekommernis: hoe kunnen lokale besturen hun sociale opdracht blijven vervullen in een context van toenemende noden en beperkte middelen?
Duidelijke duiding door de minister
Minister van Binnenlands Bestuur Hilde Crevits maakte in haar antwoord een belangrijk onderscheid. Ze benadrukte dat de aangehaalde voorstellen afkomstig zijn uit een intern document van VDAB. Dat document maakt geen deel uit van een beheersovereenkomst of formele afspraken met de Vlaamse Regering.
De onderhandelingen over een nieuwe beheersovereenkomst met VDAB zijn recent opgestart en vallen onder de bevoegdheid van de minister van Werk. De minister van Binnenlands Bestuur volgt dit dossier wel mee op, gezien de mogelijke impact op lokale besturen.
Cruciaal in haar antwoord was haar duidelijke standpunt over de kern van de discussie: een voorstel waarbij VDAB kosten zou aanrekenen aan lokale besturen voor de begeleiding van leefloongerechtigden, zou haar sterk verbazen. Volgens de minister heeft VDAB een decretale opdracht – vastgelegd in regelgeving – om mensen te activeren en te begeleiden naar werk, ook wanneer zij een leefloon ontvangen. Die verantwoordelijkheid blijft bij VDAB liggen.
Ze gaf bovendien aan dat dit standpunt gedeeld wordt door de minister van Werk en dat zij erop toeziet dat dit ook zo wordt meegenomen in de verdere onderhandelingen.
Reacties uit de commissie
Parlementslid Tom Ongena stelde vast dat de minister zeer duidelijk was: het doorschuiven van kosten naar lokale besturen is niet aan de orde. Hij verwees expliciet naar de decretale verantwoordelijkheid van VDAB en kondigde aan het thema ook te zullen aankaarten bij de minister van Werk in de Commissie Werk, om daar verdere duidelijkheid te krijgen.
Ook Eva Platteau (Groen) sloot zich aan bij deze bezorgdheden. Zij benadrukte dat het niet de bedoeling kan zijn dat OCMW’s moeten betalen voor dienstverlening die wettelijk tot de opdracht van VDAB behoort. Daarnaast wees ze op de samenhang met de hervorming van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Door die hervorming doen meer mensen een beroep op het leefloon, wat de druk op OCMW’s vergroot.
Platteau waarschuwde ook voor mogelijke perverse effecten. Als OCMW’s financieel zouden worden ontmoedigd om cliënten door te verwijzen naar VDAB, kan dat de activering en begeleiding van kwetsbare groepen net bemoeilijken.
Vervolg en bredere context
In haar slotantwoord herhaalde minister Crevits dat zij het dossier nauwgezet zal blijven opvolgen. De verdere uitwerking van de nieuwe beheersovereenkomst met VDAB wordt een belangrijk moment om duidelijkheid te scheppen over rollen, verantwoordelijkheden en financiering.
De discussie in de commissie toont aan hoe sterk beleidsdomeinen met elkaar verweven zijn. Beslissingen over arbeidsbemiddeling en besparingen bij VDAB kunnen een directe impact hebben op lokale besturen en OCMW’s. Net daarom blijft afstemming tussen de verschillende bevoegde ministers en beleidsniveaus essentieel, zodat de ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt gewaarborgd blijft.