Jongeren en het verlies van de inschakelingsuitkering
Naar aanleiding van de arbeidsmarkthervorming wordt de inschakelingsuitkering beperkt van drie jaar naar één jaar. Hierdoor verliezen naar schatting 15.000 jongeren hun recht op deze uitkering. In september stuurde de RVA hierover brieven naar 18.420 jongeren. Volgens de aangehaalde cijfers heeft intussen ongeveer 3.000 van hen werk gevonden of een knelpuntopleiding gestart.
Parlementslid Ine Tombeur vroeg hoe VDAB deze jongeren opvolgt, met bijzondere aandacht voor jongeren die minder zelfredzaam zijn. Ook werd de vraag gesteld of deze aanpak kan worden afgestemd op die voor NEET-jongeren (jongeren die niet werken, geen onderwijs volgen en geen opleiding volgen).
Minister Zuhal Demir lichtte toe dat VDAB deze jongeren eerst contacteert via de servicelijn, die hiervoor werd versterkt met 20 VTE. Jongeren die als niet-zelfredzaam worden ingeschat, of die kortgeschoold zijn, worden onmiddellijk doorverwezen naar een bemiddelaar in de regio. VDAB zet daarbij een breed instrumentarium in, waaronder IBO’s, leerjobs, GTB-trajecten, duaal leren, beroepsinlevingsstages en recent ook loopbaanoriëntatie. Volgens de minister is het aandeel jongeren dat effectief aan het werk is via VDAB-activering gestegen van 22% naar 30%.
In haar repliek benadrukte Ine Tombeur dat de cijfers positief ogen, maar dat een evaluatie aangewezen is om beter te begrijpen welke drempels jongeren eerder tegenkwamen en wat hen nu wel tot werk heeft geleid.
Sancties en aanklampend activeringsbeleid
Een tweede luik van de commissie ging over het sanctioneringsbeleid van VDAB. Robrecht Bothuyne wees op een dalende trend in waarschuwingen en sancties sinds 2023. Hij koppelde hieraan bezorgdheden over jeugdwerkloosheid en het belang van een aanklampend beleid, ook voor leefloongerechtigden. Daarbij stelde hij vragen over de samenwerking tussen VDAB en OCMW en over de timing van de decretale verankering hiervan.
Ook Tom Ongena kwam tussen en benadrukte dat sancties vaak samenhangen met het niet opdagen van werkzoekenden. Hij vroeg in welke mate VDAB ook actiever controleert op sollicitatiegedrag en het uitvoeren van opdrachten, en hoe dit meegenomen wordt in sanctionering.
Minister Demir antwoordde dat de regels rond de zoektocht naar werk voor alle uitkeringsgerechtigden gelijk zijn. In het actieplan is voorzien dat VDAB ook feedback van werkgevers zal meenemen over het verloop van sollicitaties. Nieuwe maatregelen treden echter pas in werking vanaf 1 januari 2026, waardoor de impact ervan nog niet zichtbaar is in de huidige cijfers. De minister onderstreepte dat sanctionering steeds samen moet gaan met ondersteuning en begeleiding, als onderdeel van een aanklampend activeringsbeleid.
Niet-toeleidbare werkzoekenden en advies welzijn
Het derde thema betrof de groep niet-toeleidbare werkzoekenden: personen die om medische, psychische of sociale redenen – vaak in combinatie – niet onmiddellijk inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Verschillende vragen sloten aan bij recente uitspraken van federaal minister Rob Beenders, die pleitte voor een oplossing op maat voor deze groep, met een duidelijk onderscheid tussen ziekte, handicap, arbeidsbemiddeling en het OCMW als laatste vangnet.
Parlementsleden vroegen hoe de Vlaamse aanpak zich verhoudt tot deze federale oproep, of VDAB deze groep opnieuw individueel zou uitnodigen voor een herbeoordeling en welke begeleiding vandaag en in de toekomst wordt voorzien. Nawal Maghroud wees daarbij op het feit dat het debat zich sterk lijkt te concentreren op Vlaamse niet-toeleidbaren en vroeg hoe die focus te verklaren is.
Minister Zuhal Demir benadrukte dat het statuut van deze groep een federale bevoegdheid blijft. Volgens haar gebeurt de screening door VDAB al grondig en op regelmatige basis via gespecialiseerde methodieken. Een algemene heroproeping achtte zij niet aangewezen, onder meer omdat deze werkzoekenden recent nog werden gecontacteerd in het kader van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Tijdens die contacten wordt het mogelijke verlies van de uitkering toegelicht, het advies welzijn besproken en, waar nodig, doorverwezen naar andere instanties zoals de FOD Sociale Zekerheid.
Werkzoekenden met een advies welzijn blijven ingeschreven bij VDAB en moeten ingaan op uitnodigingen, maar zijn niet verplicht actief naar werk te zoeken. Dat dit cijfer in Vlaanderen hoger ligt, verklaarde de minister door het feit dat VDAB al langer inzet op een aanklampend activeringsbeleid en werkt met de ICV-methodiek van de Wereldgezondheidsorganisatie. Voor deze groep blijft VDAB inzetten op begeleiding op maat, onder meer via AMA’s. Instrumenten zoals samenlevingsjobs achtte de minister minder geschikt, omdat die gericht zijn op doorstroom naar betaald werk, wat voor deze doelgroep vaak niet haalbaar is. De verdere uitwerking van een passend statuut en structurele oplossingen situeert zich volgens haar op federaal niveau.