De Morgen belicht de mogelijke neveneffecten van de uitbreiding van het systeem van flexi-jobs. Aan de hand van het voorbeeld van "Veerle" toont de krant hoe een combinatie van een pensioenuitkering en inkomsten uit een flexi-job in sommige gevallen financieel voordeliger kan zijn dan voltijds aan het werk blijven. Daardoor rijst de vraag of de huidige regelgeving onbedoeld een stimulans creëert om vroeger uit de arbeidsmarkt te stappen.
Sinds 1 juli 2026 zijn flexi-jobs in principe mogelijk in vrijwel alle sectoren, tenzij een sector expliciet voor een uitzondering kiest. Ook voor gepensioneerden werden de regels versoepeld, waardoor zij sneller een flexi-job kunnen opnemen. De uitbreiding moet werkgevers meer flexibiliteit bieden en bijkomende arbeidskrachten aantrekken, maar zet tegelijk het debat over de arbeidsmarkt- en pensioenprikkels opnieuw op scherp.
Voor de arbeidsmarktsector illustreert dit de uitdaging om beleidsmaatregelen op elkaar af te stemmen. Maatregelen die bedoeld zijn om arbeidsparticipatie te verhogen, kunnen in de praktijk uiteenlopende effecten hebben afhankelijk van de combinatie met andere sociale en fiscale regelingen. Het artikel benadrukt dan ook het belang van een geïntegreerde visie op werk, pensioen en activering.