Een ingrijpende hervorming met strakke timing
Parlementslid Nawal Maghroud (Vooruit) schetste de context van de federale hervorming. De beroepsinschakelingstijd wordt verkort tot één jaar en de wachttijd voor jongeren wordt gehalveerd tot 156 dagen. Binnen die periode moet VDAB twee positieve evaluaties afleveren om het recht op inschakelingsuitkering te openen.
Maghroud krijgt signalen dat het in de praktijk moeilijk is om deze evaluaties tijdig in te plannen. Ze verwees concreet naar jongeren die hun recht openen in maart en mogelijk nog niet alle vereiste evaluaties hebben doorlopen. Haar vragen richtten zich op de organisatorische haalbaarheid bij VDAB, de inzet van extra bemiddelaars voor jongeren in de beroepsinschakelingstijd (BIT) en de mogelijke gevolgen voor jongeren wanneer evaluaties laattijdig plaatsvinden.
VDAB voorbereid, met ondersteuning voor bemiddelaars
Minister van Werk Zuhal Demir bevestigde dat de federale maatregel een grote impact heeft op VDAB. Vanaf 1 maart 2026 moeten evaluaties aanzienlijk sneller gebeuren dan onder het vorige systeem, wat organisatorische aanpassingen vraagt. Volgens de minister heeft VDAB zich hierop voorbereid: jongeren worden tijdig uitgenodigd en bemiddelaars krijgen extra ondersteuning vanuit de backoffice.
Er worden geen aparte BIT-bemiddelaars ingezet, maar volgens de minister is er ook niet bespaard op het aantal bemiddelaars. Ze benadrukte dat VDAB over een relatief groot aantal jeugdbemiddelaars beschikt. Demir stelde expliciet dat niemand zijn inschakelingsuitkering zal mislopen door toedoen van VDAB en sprak haar waardering uit voor de inzet van de bemiddelaars in deze overgangsperiode.
Wat als evaluaties toch te laat komen?
Maghroud benadrukte haar vertrouwen in het VDAB-personeel, maar wees opnieuw op de hoge tijdsdruk die de hervorming met zich meebrengt. Ze herhaalde haar kernvraag: wat gebeurt er als het, ondanks alle inspanningen, niet lukt om tijdig te evalueren? Wordt het recht op inschakelingsuitkering dan toch toegekend?
Minister Demir verduidelijkte dat er een bestaand vangnet is voor dergelijke situaties. Wanneer de laattijdigheid te wijten is aan VDAB, kan via een attest aan de uitbetalingsinstelling en de RVA het recht op inschakelingsuitkering alsnog geopend worden. Dat vangnet bestaat vandaag al en wordt volgens de minister slechts uitzonderlijk gebruikt.
Capaciteit en begeleiding onder druk
Robrecht Bothuyne (cd&v) sloot aan bij de waardering voor het VDAB-personeel, maar plaatste ook bredere vragen bij de draagkracht van het systeem. Hij wees op de toenemende instroom van mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en vroeg of er voldoende capaciteit is voor begeleiding en opleiding om de voorgestelde trajecten effectief te realiseren. Daarnaast vroeg hij hoe VDAB die capaciteit opvolgt en bijstuurt.
De minister antwoordde dat VDAB de capaciteit van bemiddelaars continu monitort en waar nodig bijstuurt. Volgens haar maakt die opvolging het mogelijk om tijdig in te grijpen wanneer de werkdruk te hoog dreigt te worden.
Focus op begeleiding, niet op bestraffing
In haar slotreactie benadrukte Maghroud dat jongeren niet gestraft mogen worden voor fouten of vertragingen bij VDAB. Ze toonde zich tevreden dat dit principe duidelijk werd bevestigd en herhaalde dat de kern van de hervorming begeleiding naar werk moet blijven, niet het risico op sancties. Ook zij sprak opnieuw haar vertrouwen uit in de inzet en professionaliteit van de VDAB-bemiddelaars.