1. Daling van het gebruik van loopbaanbegeleiding
Vraagsteller: Eva Platteau (Groen)
Eva Platteau kaartte een sterke daling aan van het aantal aanvragen voor loopbaancheques sinds de hervorming van juli 2024, waarbij de eigen bijdrage werd verhoogd en hervormingen werden doorgevoerd. Volgens haar wijzen cijfers en signalen uit de sector erop dat de maatregel een te hoge financiële drempel creëert.
Ze benadrukte dat loopbaanbegeleiding een essentieel preventief instrument is in het kader van werkbaar werk, duurzame loopbanen en het voorkomen van langdurige uitval, en dat vooral kwetsbare groepen onvoldoende bereikt worden. Daarnaast bekritiseerde ze het negatieve imago dat volgens haar door uitspraken van de minister is ontstaan.
Ze stelde expliciet vragen over:
de verklaring voor de daling;
het profiel van de huidige gebruikers;
het bereik van kwetsbare doelgroepen;
maatregelen om het stigma te verminderen;
en de beleidskeuze om te besparen op loopbaanbegeleiding.
Antwoord van minister Zuhal Demir
Minister Zuhal Demir bevestigde de sterke daling van het aantal loopbaancheques. Volgens VDAB zijn er meerdere oorzaken:
De eigen bijdrage is gestegen, waardoor loopbaanbegeleiding duurder werd voor gebruikers.
De tweede loopbaancheque werd tijdelijk afgeschaft in afwachting van het nieuwe systeem van het loopbaankrediet. Die tweede cheque vertegenwoordigde voordien ongeveer 37% van het gebruik.
Loopbaancentra maken minder promotie omdat hun vergoeding werd verlaagd, waardoor minder middelen beschikbaar zijn voor communicatie.
Er is mogelijk een verschuiving naar andere instrumenten, zoals de terug-naar-werkvoucher voor langdurig zieken, die een uitgebreider begeleidingstraject biedt.
De minister gaf aan dat loopbaancheques momenteel vooral worden gebruikt door hooggeschoolden (ongeveer 65%). Met het nieuwe loopbaankrediet wil de Vlaamse Regering vooral kortgeschoolden beter bereiken, onder meer via een lagere eigen bijdrage voor deze doelgroep.
Daarnaast verwees ze naar nieuwe initiatieven:
loopbaanbegeleiding voor jongeren vanaf 2026, met een bijkomend budget van ongeveer 3 miljoen euro;
verdere operationalisering en communicatie door het Departement WEWIS;
blijvende monitoring van het gebruik.
Ze benadrukte dat loopbaanontwikkeling een gedeelde verantwoordelijkheid is van overheid, werkgevers en werknemers.
Reflectie vanuit de praktijk
Voor onze leden is loopbaanbegeleiding geen luxe-instrument, maar een preventieve hefboom. Wanneer de instapdrempel stijgt, zien we in de praktijk dat net wie het meeste baat heeft bij begeleiding, afhaakt.
Dat vandaag vooral hooggeschoolden gebruikmaken van het systeem, bevestigt dat toegankelijkheid meer is dan een beleidsintentie. Het vraagt gerichte communicatie, aangepaste tarieven en vertrouwen in het instrument. Preventie rendeert – maar vaak pas op langere termijn. Dat maakt het des te belangrijker om kortetermijnbesparingen zorgvuldig af te wegen tegen structurele impact.
2. Begeleiding van langdurig zieken naar werk
Vraagsteller: Robrecht Bothuyne (cd&v)
Robrecht Bothuyne verwees naar de ambitie in het regeerakkoord om meer langdurig zieken te activeren, met als doel minstens 20.000 trajecten tegen 2029, via versterkte samenwerking tussen VDAB, het RIZIV en de ziekenfondsen.
Hij stelde expliciet vragen over:
de resultaten van de samenwerking;
het aantal trajecten en de uitstroom naar werk;
de voortgang van een nieuw samenwerkingsakkoord;
de kostprijs en financiering van trajecten;
gegevensuitwisseling via het TRIO-platform;
beschikbare begeleidingscapaciteit en samenwerking met partners zoals GTB en andere gespecialiseerde dienstverleners;
sanctionering en outreachende projecten.
Antwoord van minister Zuhal Demir
De minister gaf volgende stand van zaken:
Eind 2025 waren 14.496 langdurig zieken met een ziekte-uitkering ingeschreven bij VDAB.
In 2025 liepen in totaal 23.786 re-integratietrajecten.
De uitstroom naar werk binnen 24 maanden bedraagt 39%, tegenover 35% in 2020.
De gemiddelde kostprijs van een traject bedraagt 5.283 euro. Het RIZIV financiert momenteel 4.800 euro per traject; VDAB past het resterende bedrag bij. Vlaanderen pleit voor een kostendekkende financiering door het RIZIV in toekomstige akkoorden.
Een nieuw protocolakkoord tussen VDAB, het RIZIV en de ziekenfondsen bevindt zich in de eindfase en zal inzetten op:
meer trajecten;
betere samenwerking en gegevensuitwisseling;
optimalisering van de financiering.
Daarnaast wordt gewerkt aan verbeterde gegevensuitwisseling via het nieuwe RP-platform, gekoppeld aan TRIO.
Wat outreach betreft:
acht projecten bereikten duizenden personen met gezondheidsproblemen;
deze projecten worden voortgezet via een nieuwe oproep met een budget van 1,5 miljoen euro;
ze richten zich op moeilijk bereikbare doelgroepen.
Gespecialiseerde partners zoals GTB blijven volgens de minister essentieel, en VDAB zal ook in de toekomst gespecialiseerd aanbod inkopen.
Er worden bovendien sancties voorzien voor langdurig zieken met arbeidspotentieel die niet meewerken aan begeleiding.
Reflectie vanuit de praktijk
De stijgende uitstroomcijfers tonen dat begeleiding werkt. Tegelijk bevestigen de cijfers wat werkplekarchitecten dagelijks ervaren: re-integratie van langdurig zieken is intensief, maatwerkgericht en vraagt gespecialiseerde expertise.
Samenwerking, duidelijke rolafspraken en kostendekkende financiering zijn daarbij randvoorwaarden. Wanneer middelen of gegevensuitwisseling tekortschieten, vertaalt zich dat rechtstreeks naar vertraging of uitval in trajecten.
Een inclusieve arbeidsmarkt vraagt niet alleen ambitie in aantallen, maar ook blijvende investering in kwaliteit en partnerschap.
3. IBO voor (ex-)gedetineerden
Vraagsteller: Katrien Houtmeyers (N-VA)
Katrien Houtmeyers benadrukte het belang van werk voor de maatschappelijke re-integratie van ex-gedetineerden en het voorkomen van recidive. Ze stelde dat de Individuele Beroepsopleiding (IBO), en in het bijzonder IBO Plus, een geschikt instrument kan zijn voor deze doelgroep, maar momenteel beperkt wordt gebruikt.
Ze stelde expliciet vragen over:
het gebruik van IBO door (ex-)gedetineerden;
bestaande instroomdrempels;
mogelijke samenwerking met justitie;
sensibilisering van werkgevers.
Antwoord van minister Zuhal Demir
De minister bevestigde dat werk een cruciale factor is voor re-integratie. Ex-gedetineerden botsen vaak op structurele drempels, zoals:
beperkte werkervaring of lage scholingsgraad;
terughoudendheid bij werkgevers;
onzekerheid over vrijlatingsdata bij personen in detentie.
IBO werd daarom opengesteld voor gedetineerden en maakt deel uit van een bredere re-integratiestrategie.
Daarnaast:
bestaat er een bovenlokale samenwerking tussen Vlaamse en federale overheden;
zal VDAB werkgevers en sectoren actief informeren en sensibiliseren;
wordt ingezet op betere samenwerking met justitie om de overgang naar werk te verbeteren.
Reflectie vanuit de praktijk
Voor deze doelgroep is werk zelden enkel een economische kwestie. Het gaat om herstel van vertrouwen, opbouw van structuur en maatschappelijke herankering. Instrumenten zoals IBO kunnen daarbij een belangrijke rol spelen, op voorwaarde dat werkgevers ondersteund worden en begeleiding voldoende intensief kan zijn.
Ook hier blijkt: structurele drempels vragen structurele oplossingen. Sensibilisering, duidelijke afspraken en gespecialiseerde begeleiding zijn geen bijkomstigheden, maar noodzakelijke voorwaarden.
Tot slot
De besproken dossiers tonen hoe arbeidsmarktbeleid steeds complexer wordt. Preventie en activering, responsabilisering en ondersteuning, samenwerking tussen beleidsniveaus en partners: ze grijpen voortdurend in elkaar.
Voor de werkplekarchitecten in Vlaanderen is dit geen abstract debat. Het is dagelijkse realiteit.
Als sectorfederatie blijven wij inzetten op het verbinden van praktijk en beleid. Niet vanuit tegenstellingen, maar vanuit de overtuiging dat duurzame arbeidsmarktparticipatie enkel mogelijk is wanneer expertise op het terrein volwaardig wordt meegenomen in beleidskeuzes.
Een inclusieve arbeidsmarkt bouw je niet met één maatregel. Ze vraagt consistente keuzes, betrouwbare partnerschappen en blijvende investering in mensen.